Euforisch

Eindelijk. De 2 weken zijn afgelopen. Morgen zie ik hem normaalgezien weer. Maar ondertussen heeft dat euforisch gevoel een beetje plaats moeten maken. Want één van mijn vrienden heeft me op mijn plaats gezet. Om een lang verhaal kort te maken. Het is allemaal mijn eigen fout. Ik had het nooit zo ver mogen laten komen en ik had hem moeten afblokken. Kortom. In heel het verhaal ben ik de schuldige. Ik ben het daar niet helemaal mee akkoord. Misschien had ik beter mijn best moeten doen om afstand te bewaren. Maar dat heb ik geprobeerd. Verschillende keren. Wist ik veel dat ik zo zwak was. Wist ik veel dat hij gewoon ging blijven verder doen.

En toch. In heel het verhaal is er niemand schuldig. Ik zeker niet en hij ook niet. Want tot zo ver heeft hij zijn vriendin niet bedrogen. Een paar koekjes of planten, gedichtjes of teksten brengen daar geen verandering in. Misschien is hij een beetje te ver gegaan, maar ik ben er zeker van dat hij dit ook niet gewild heeft. Het is ons gewoon overkomen.
Of nuja, het is mij overkomen.

Morgen zien we wel weer. Ik kijk er toch naar uit om hem terug te zien. En laten we één ding hopen. Dat hij dat wit hemd in de kast heeft laten hangen. Want dat overleef ik niet. Nee.

Advertenties

Afwachten

Ondertussen zijn we zoveel maanden verder en laten we eerlijk zijn, het is er niet op verbeterd. Mijn gevoel voor hem is met de dag sterker geworden. En het lijkt maar niet te stoppen. Ondertussen heb ik verschillende keren geprobeerd afstand te nemen, maar het lukt me niet. Of toch. Maar dan maar maximum 3 dagen. Ik heb het gevoel dat hij ook minder en minder afstand van mij neemt. Nog meer (als dat al mogelijk is) staat hij aan mijn bureau, stuurt hij chats, geeft hij cadeautjes of mailt hij mij. Elk excuus is goed om iets te doen. Ondertussen raakt hij mij ook meer en meer aan. Mijn arm, mijn schouder, mijn hoofd,… Noem maar op. En heel eerlijk? Ik geniet er ontzettend hard van. Van elke onverwachtse aanraking voel ik een tinteling van in mijn hoofd tot aan mijn teen. Zucht.

Op het werk hebben we reeds beiden een opmerking gekregen over ons gedrag… Dus er moet wel iets zichtbaars zijn.

Vorige week besloot ik een beetje duidelijker te worden in de onduidelijkheid. En ik vroeg hem op de man af als hij als getrouwde man ging terugkomen van vakantie. Ik kreeg een kort antwoord, nee, terug. Ik zag dat ik hem van slag had gemaakt. Maar ik gaf niet op. “Het is toch geen staatsgeheim”, toch? Alweer antwoordde hij met nee. Maar ik voelde het. Er was iets dat hem onrustig maakte. Samen gingen we elk onze weg naar huis waarbij hij mij nog zei: het was een rare dag, toch? “Ja”, zei ik hem. “Maar soms moet dat”. “Soms moet er gestoken worden”.

Met dat gevoel stuurde ik hem op vakantie. Een vakantie die in mijn ogen al veel te lang duurt. De werkdag zonder hem duurt v-e-r-s-c-h-r-i-k-k-e-l-i-j-k lang. Nog een dikke week en dan zie ik hem terug. Zenuwachtig ben ik nu al. Zal er iets tussen ons veranderd zijn? Zal ik eindelijk eens een deftig gesprek kunnen hebben? Of gaat hij mij vanaf nu negeren?

Tijd brengt raad. Nog heel even.

Zot

Om heel eerlijk te zijn. Ik word zot. Elke dag word ik zotter van hem. Elke dag lijkt er een knopje meer van zijn hemd open te staan. Zijn borsthaar lonkt naar mij. Je kan je niet voorstellen hoe ik verlang eens met mijn vingers er door te strelen. Zucht. Ik lijk wel een puber. Maar ik weet niet hoe lang ik dat nog volhoud.

Ik word zot.
Neem me eens in mijn armen, ik smeek je.

Feest

Ondertussen probeer ik afstand van hem te nemen, maar dat mislukt elke keer opnieuw. Ik geef niet op, maar het is verdomd moeilijk. En waarom eigenlijk? Ik doe niets verkeerds. Hij ook niet. Vorig week ging het mis omdat we een feestje op het werk hadden. En feestjes zijn gewoon leuk. Dat idee hadden mijn collega’s blijkbaar duidelijk niet. Want meer dan de helft kwam gewoon niet opdagen en al de rest vertrok redelijk op tijd naar huis. Conclusie? Ik bleef nog helemaal alleen over met mijn collega. En laat ik dat nu net erg gevonden hebben. De ganse avond hebben we liggen praten, kletsen, lachen, lief wezen voor elkaar,…En hier een daar raakte hij mijn aan. Ik dacht ik gek ging worden ! Hij bleek dan nog eens een wit hemd (met borsthaar) aan te hebben. En laat dat nu net een enorme grote zwak van mij zijn…Dat wist hij want dat had ik hem eens al lachend verteld. Tss. Het was enorm gezellig maar tegen 21 u vond ik wel dat het welletjes was geweest. Ik moest immers nog thuis geraken. En hij toch ook?

De volgende dag bedankte ik hem voor de fijne avond. Dat vond hij ook. Het was wel redelijk laat geworden, liet hij vallen. Ja zo gaat dat als je u amuseert !

Een avond om niet snel te vergeten of juist wel?

Verliefd

Ik had nooit kunnen denken dat ik zo verliefd zou kunnen zijn op iemand. Elke minuut van de dag denk ik aan hem. Zijn naam rolt meer over mijn lippen dan ik adem. Het is soms beangstigend. Niets is nog hetzelfde zonder hem. In de winkel kijk ik in functie van hem. “Dit zou iets voor hem zijn”, denk ik bij mezelf. “Of zou hij dit lusten?”. Het is vermoeiend maar tevens ook zo fijn. Het doet verdomd zo’n goed om hem gelukkig te maken met kleine dingen. Een film dat hij graag ziet. Een zelfgeschreven tekstje. Of gewoon er zijn voor hem als hij het moeilijk heeft.

Ik weet het wel. Ik stel het mij allemaal te rooskleurig voor. Maar ik ben mega verliefd en ik wil er van genieten. Ook al is een toekomst met hem niet mogelijk. Ik wil het eventjes allemaal niet horen en zien. Het is fijn hoe het nu is. Heel fijn. Te fijn bij momenten.

Vrijdag was ook zo’n dag. Het was gewoon te fijn op het werk. Om de 10 minuten stonden we aan elkaars bureau. Onze chatvensters hebben zich die dag niet gesloten. Ik denk dat mijn collega’s er zot van worden. Onze gesprekken gaan over niets en tegelijk over zoveel. Ze kunnen niet volgen, maar we amuseren ons verschrikkelijk hard.

Het moet stoppen, maar ik wil het niet.

Verscheurd

Elke dag opnieuw is het een gevecht tussen mijn hart en verstand. En eerlijk gezegd weet ik soms niet hoe ik mij moet gedragen. Als ik normaal doe tegen hem dan liggen we een ganse dag te babbelen, te lachen en te zeveren. En soms gebeurt dat. Eventjes maar. Daarna wordt ik weer eventjes de serieuze Emily. En dat merkt hij ook. “Is er wat?”, vraagt hij geregeld. “Nee hoor”, zeg ik met een uitgesproken gezicht. “Ik geloof er geen bal van”, zei hij vandaag tegen mij. Ik lachte en keek in zijn ogen. Ik smolt, maar dan zag ik die foto weer voor mijn ogen. En dan word ik stil. Serieus en neem ik afstand van hem.

Natuurlijk is er wat. Ik weet me totaal geen houding aan te nemen. Ik word helemaal gek als hij dicht tegen mij aan komt zitten (om zogezegd iets te vragen of te vertellen). Maar ik ga er minder op in. Nochtans verlangt mijn lichaam er enorm naar. Ik wil hem voelen. Al zouden het maar enkele mili-seconden zijn.

Vandaag deed ik niets anders dan zuchten. Blazen en zuchten. Hij besloot weer naast mij te komen zitten. Ik werd er helemaal gek van. Het had een leuke dag kunnen zijn geweest, maar ik besloot koppig serieus te zijn.
Afstand nemen en zien hoe dat afloopt.

Maar ik word er gek van. Dit is niet meer leuk.

Razend

Een kleine ruzie hadden we. Laten we zeggen dat ik serieus boos en teleurgesteld in hem was. Misschien was het ook een samenloop van omstandigheden. Want boos op hem zijn komt me nu wel heel goed uit. Ik moet boos zijn. Want ik moet hem stilaan vergeten. Ik kan mijn hoofd niet zot laten maken door een bezette man. Ik kan het wel, maar ik wil het gewoon niet.

Dat ik boos was, dat had hij al eens meegemaakt. Maar deze keer was ik razend en dat heeft hij geweten ook. Hoewel ik hem had gezegd “mij met rust te laten”, deed hij dat natuurlijk net niet. Een slimme man. Want als een vrouw iets zegt, bedoelt ze soms het omgekeerde.

Hij luisterde naar mijn monoloog en begreep mij. Hij excuseerde maar zag dat het niet voldoende was. En dus haalde hij zijn charme-offensief boven. Hij trakteerde mij op ontbijtkoeken, een ijsje en een persoonlijk briefje. Allemaal om zich te excuseren. Ik smolt een beetje. Zeker omdat hij die dag ook had gekozen zich naast mij te zetten. Aangezien ik merkte dat het hem echt speet, heb ik hem maar vergeven. Het was dan ook een bagatel waarom ik kwaad was….

Ondertussen zijn we een paar dagen verder. Geen werk en dus ook geen Arthur rond mij. Het is verdomd lastig. Het lijkt wel alsof hij alleen in mijn hoofd zit. Alles verbleekt naast hem. Alles wat ik doe herinnert mij aan hem. En alles waar ik over denk is in functie van hem. “Dit zou iets voor hem zijn”, denk ik als ik naar een film zit te kijken of een liedje beluister.

Ik word er compleet gek van. Nog 1 dag en dan zie ik hem terug.